Of je het nu een indexsprong, indexknip, indexbeperking of centenindex noemt, werknemers die méér dan 4.000 euro bruto per maand verdienen hebben er mee te maken. Zij zullen de komende jaren de eerste twee procent index op het bedrag boven de 4.000 euro verliezen. Nog even Chinees voor jou? Volg de logica van de index gymnastiek hieronder! 🧧
Index-gymnastiek
Om de loonkosten voor werkgevers niet te laten ontsporen, werden er reeds van bij het ontstaan van het Belgische model van automatische loonindexering enkele compensatiemechanismen voorzien. Eén daarvan (naast bv. de loonnormwetgeving) is het beperken van de index.
Index beperkingen zijn per definitie uitzonderingen op het systeem van automatische loonindexering en kunnen in verschillende maten en vormen voorkomen: een indexsprong, een indexknip of een centenindex.
Een indexsprong 🤸♀️ is een uitzonderlijke ingreep die de automatische loonindexering tijdelijk pauzeert. Zo werd er in 2015 afgesproken om de index met 2% te verlagen, om zo de loonkosten te verlichten en de economische stabiliteit te bewaren.
Een indexknip ✂️ is evenzeer een uitzonderlijke maatregel die de automatische loonindexering gedeeltelijk afsnijdt. Je krijgt dus niet het volledige indexbedrag dat je volgens de stijging van de gezondheidsindex zou moeten ontvangen.
Een centenindex 🪙 daarentegen is een variant van de loonindexering waarbij hetzij kleine veranderingen in de gezondheidsindex niet onmiddellijk tot een aanpassing van het loon leiden, maar pas wanneer het effect op het loon een minimumdrempel bereikt, hetzij het bedrag van de indexering een vast bedrag (i.t.t. een percentage) wordt als er een bepaalde drempel bereikt wordt.
Dergelijke index-varianten zijn als het ware noodremmen om ervoor te zorgen dat de lonen niet té snel stijgen. Zo wordt vermeden dat bedrijven onder druk worden gezet en de economie verder zou opwarmen.
Welke index show krijgen we in 2026?
De indexbeperking die de regering BDW zal doorvoeren is één van de grootste ingrepen uit haar jongste begrotingsdeal, schrijft de Tijd. De beperking is geen zuivere indexsprong, noch een zuivere indexknip of centenindex: enkel de eerste twee procent indexering zal niet gegeven worden op het contractuele maandloon boven de 4.000 euro.
Een fictief voorbeeld voor iemand die 6.000 euro bruto verdient en in zijn sector een indexering van 3 procent krijgt: op de eerste 4.000 euro krijgt die persoon de volle 3 procent, op het deel tussen 4.000 en 6.000 euro maar 1 procent. Dat laatste is het verschil tussen de indexbeperking van 2 procent en het indexcijfer van 3 procent. Dat alles geeft een indexbedrag van 140 euro, wat 40 euro minder is dan normaal.
De indexbeperking levert bedrijven aldus een verlaging van de loonkosten op ten opzichte van de “normale indexering”, maar dat voordeel moeten ze voor de helft delen met de overheid. Tot 2028 komt er een tijdelijke 'loonmatigingsbijdrage', waarbij het bedrijf de helft van het loonkostenvoordeel moet doorstorten aan de overheid. Vanaf 2028 komt er echter een definitieve loonmatigingsbijdrage voor de lonen boven 4.000 euro bruto.
Het was de bedoeling van de regering BDW om de indexbeperking in (begin) 2026 en 2028 door te voeren, maar de regering stelde de eerste toepassing uit naar 1 april 2026. De wetteksten waren gewoonweg nog niet klaar. Omdat méér dan een miljoen werknemers in de privé een indexering krijgen in januari 2026 (o.a. paritair comité 200), zullen zij de indexsprong dus pas in 2027 voelen.
Conclusie
Of je het nu een sprong, knip of centenindex noemt: de automatische indexering blijft de motor van het Belgische loonsysteem, maar soms wordt er even gas teruggenomen. In 2026 is dat het geval voor de hogere lonen boven 4.000 euro, met een tijdelijke rem die zowel werknemers als werkgevers raakt.
Bij Payflip houden we die index-gymnastiek scherp in de gaten — want één ding is zeker: wie de logica van verloning begrijpt, verdient méér. 🫶